Home | Opleidingen | Aanmelden | Lesroosters | Examens | Links | Contact |

 

Antwoorden proefexamen 'Algemene bierkennis'

Juiste antwoorden op de 18 meerkeuze vragen van het proefexamen:

    1 Pils kan in de negentiende eeuw als biertype in Nederland doorbreken vanwege:
        b) De uitvinding van de koelmachine
    2 In welke wet zijn de regels rond de verkoop en consumptie van bier geregeld?
        c) Drank- en Horecawet
    3 Hoeveel mag het alcoholpercentage afwijken bij een bier met 8% vol alc.?
        c) 1%
    4 Wat is de juiste volgorde van de grondstofverwerking in het brouwproces?
        c) Oogsten, weken, kiemen, maischen, koken
    5 Lichte mout (pilsmout) wordt geëest bij:
        b) 80 ºC
    6 Welk bier wordt gebrouwen met ongemoute tarwe?
        d) Lambik
    7 Welke van de volgende proefmethodes wordt gebruikt op het cursus proefformulier?
        c) Beschrijvend
    8 Wat betekent ‘koudtroebel’?
        a) Volmout bieren kunnen troebel worden wanneer ze erg koud worden ingeschonken
    9 Welke van de volgende geuren/smaken komt niet voor op het smaakwiel van Dr. Meilgaard?
        d) Umami
    10 Het Reinheitsgebot diende in Beieren oorspronkelijk als:
        a) Bescherming van de consument
    11 Wanneer spreek je van overmatig alcoholgebruik bij mannen:
        c) 25 glazen bier per week
    12 Aan wie mag een horecaondernemer pils serveren:
        b) een jong meisje van 16
    13 Hoe zie je bij het drinken of een bierglas goed schoon is?
        d) Er blijven mooie schuimkringen in het glas staan
    14 Voor welk biertype(n) is een kelkglas het best geschikt?
        b) Abdijbier
    15 Wat is de aanbevolen temperatuur voor bockbier?
        c) 8 – 11 °C
    16 Hoe lang van tevoren moet kaas voor een bier-kaas workshop uit de koeling gehaald worden?
        d) 30 minuten
    17 Welke biertypen kunnen het best bij pittig Thais eten gedronken worden?
        c) Nederlands Dort(-munder)
    18 Wat zijn de belangrijkste voordelen van bier t.o.v. rode wijn bij kaascombinaties?
        a) bier heeft een bredere smaakdiversiteit, minder taninnen/zuren die ‘bijten’ en koolzuur als een palate reiniger
Terug naar de vragen

Leerdoelen Niveau 1
Van de examenkandidaat wordt verwacht dat hij of zij:
    1.Van de belangrijkste biertypen de eigenschappen kan benoemen en onderscheiden
    2. De belangrijkste factoren kan benoemen die invloed hebben op een biertype
    3. De grondstoffen van bier en hun effect op het uiteindelijke bier kan benoemen
    4. De belangrijkste bierlanden en de eigenschappen van hun biertypen kan benoemen
    5. De termen op het etiket kan interpreteren
    7. De belangrijkste procedures kan uitvoeren voor de ontvangst, opslag, verkoop en serveren van bier
    8. Bieren kan beoordelen op kwaliteit en voorzien van een proefnotitie waarin uiterlijk, geur, smaak en afdronk worden beschreven
    9. Uiteenlopende bier/spijs combinaties kan benoemen en beoordelen
    10. Informatie kan geven over bier en gezondheid en verantwoorde alcoholconsumptie
    11. Bekend is met de basiswetgeving rond bier

 

Naar de vragen van het proefexamen

© 2010 Stichting Bieropleidingen Nederland/stibon.nl   Webmaster
Disclaimer: Aan de op deze website getoonde gegevens en prijzen kunnen geen rechten worden ontleend.