Home | Opleidingen | Aanmelden | Lesroosters | Examens | Links | Contact |

 

Proefexamen Niveau 1 'Algemene bierkennis'


Het echte examen kent 36 meerkeuzevragen.
Indien een cursist 28 vragen goed heeft ontvangt de cursist het diploma.
Om door te gaan naar niveau 2 dient de cursist 32 vragen goed beantwoord te hebben.
Bovendien dient een cursist voor het blindproefexamen te slagen. Hierbij dient de cursist 8 uit 12 te behalen punten te behalen bij het blindproeven van de zes bieren - van biertypen die tijdens de cursus behandeld zijn - die worden aangeboden.
    1 Pils kan in de negentiende eeuw als biertype in Nederland doorbreken vanwege:
        a) De uitvinding van de automobiel
        b) De uitvinding van de koelmachine
        c) Verandering van de drankwet
        d) Het gebruik van glaswerk
    2 In welke wet zijn de regels rond de verkoop en consumptie van bier geregeld?
        a) Bierverordening
        b) Warenwet
        c) Drank- en Horecawet
        d) Europees Statuur
    3 Hoeveel mag het alcoholpercentage afwijken bij een bier met 8% vol alc.?
        a) 0,1%
        b) 0,5%
        c) 1%
        d) 1,5%
    4 Wat is de juiste volgorde van de grondstofverwerking in het brouwproces?
        a) Kiemen, mouten, maischen, lageren, vergisten
        b) Oogsten, kiemen, klaren, maischen, koken
        c) Oogsten, weken, kiemen, maischen, koken
        d) Kiemen, mouten, koken, maischen, lageren
    5 Lichte mout (pilsmout) wordt geëest bij:
        a) 60 ºC
        b) 80 ºC
        c) 100 ºC
        d) 105 ºC
    6 Welk bier wordt gebrouwen met ongemoute tarwe?
        a) Witbier
        b) Weizenbier
        c) Glutenvrij bier
        d) Lambik
    7 Welke van de volgende proefmethodes wordt gebruikt op het cursus proefformulier?
        a) Onderscheidend
        b) Waarderend
        c) Beschrijvend
        d) Analyserend
    8 Wat betekent ‘koudtroebel’?
        a) Volmout bieren kunnen troebel worden wanneer ze erg koud worden ingeschonken
        b) Eiwitvlokken worden zichtbaar wanneer een oud bier erg koud wordt ingeschonken
        c) Tarwebieren worden troebel wanneer ze erg koud worden ingeschonken
        d) Het gebruik van glaswerk
    9 Welke van de volgende geuren/smaken komt niet voor op het smaakwiel van Dr. Meilgaard?
        a) Diacetyl
        b) Leer
        c) Noot
        d) Umami
    10 Het Reinheitsgebot diende in Beieren oorspronkelijk als:
        a) Bescherming van de consument
        b) Belastinginstrument
        c) Bescherming tegen buitenlandse bieren
        d) Bevoordeling van de Beierse hopboeren
    11 Wanneer spreek je van overmatig alcoholgebruik bij mannen:
        a) 2 glazen bier per dag
        b) 14 glazen wijn per week
        c) 25 glazen bier per week
        d) 20 gram alcohol per dag
    12 Aan wie mag een horecaondernemer pils serveren:
        a) iemand die in kennelijke staat van dronkenschap verkeert
        b) een jong meisje van 16
        c) een automobilist die er al vijf op heeft
        d) een taxichauffeur
    13 Hoe zie je bij het drinken of een bierglas goed schoon is?
        a) Het glas is voldoende koud
        b) Het schuim is mooi wit
        c) Er komen belletjes los van de bodem
        d) Er blijven mooie schuimkringen in het glas staan
    14 Voor welk biertype(n) is een kelkvormig glas het best geschikt?
        a) Pils
        b) Abdijbier
        c) Weizen
        d) Witbier
    15 Wat is de aanbevolen temperatuur voor bockbier?
        a) 3 – 5 °C
        b) 5 – 7 °C
        c) 8 – 11 °C
        d) 12 – 15 °C
    16 Hoe lang tevoren moet kaas voor een bier-kaas workshop uit de koeling gehaald worden?
        a) 60 minuten
        b) net voor het proeven
        c) 120 minuten
        d) 30 minuten
    17 Welke biertypen kunnen het best bij pittig Thais eten gedronken worden?
        a) Urtyp Pils
        b) IPA
        c) Nederlands Dort(-munder)
        d) Weizen
    18 Wat zijn de belangrijkste voordelen van bier t.o.v. rode wijn bij kaascombinaties?
        a) bier heeft een bredere smaakdiversiteit, minder tanninnen/zuren die ‘bijten’ en koolzuur als een palate reiniger
        b) bier is goedkoper en minder zuur
        c) bier heeft een langere nasmaak
        d) de hopbitterheid in bier past beter bij de meeste kazen
Bekijk de juiste antwoorden

Leerdoelen Niveau 1

Van de examenkandidaat wordt verwacht dat hij of zij:
    1.Van de belangrijkste biertypen de eigenschappen kan benoemen en onderscheiden
    2. De belangrijkste factoren kan benoemen die invloed hebben op een biertype
    3. De grondstoffen van bier en hun effect op het uiteindelijke bier kan benoemen
    4. De belangrijkste bierlanden en de eigenschappen van hun biertypen kan benoemen
    5. De termen op het etiket kan interpreteren
    7. De belangrijkste procedures kan uitvoeren voor de ontvangst, opslag, verkoop en serveren van bier
    8. Bieren kan beoordelen op kwaliteit en voorzien van een proefnotitie waarin uiterlijk, geur, smaak en afdronk worden beschreven
    9. Uiteenlopende bier/spijs combinaties kan benoemen en beoordelen
    10. Informatie kan geven over bier en gezondheid en verantwoorde alcoholconsumptie
    11. Bekend is met de basiswetgeving rond bier

Naar de antwoorden van het proefexamen

 

Naar de antwoorden van het proefexamen

© 2010 Stichting Bieropleidingen Nederland/stibon.nl   Webmaster
Disclaimer: Aan de op deze website getoonde gegevens en prijzen kunnen geen rechten worden ontleend.